Armoede

Voedselbank, kringloopkleding en altijd bang om niet rond te komen. Veel mensen met een psychische belasting leven in armoede. Door de soms jarenlange arbeidsongeschiktheid, het daarmee gepaard gaande stigma en door de zichtbare invloed van medicatie, tollen ze niet zelden naar de onderkant van de samenleving. Schaamte en onvermogen staan hen vaak in de weg om hulp te vragen en deze spiraal te doorbreken.

In het buurthuis waar ik regelmatig aanschuif, zie ik steeds meer mensen binnenkomen die nergens anders terecht kunnen. Ze zijn ‘uitbehandeld’ en lijken blij met de mogelijkheid om voor een prikkie een kop koffie of een tosti te kunnen kopen en lotgenoten te treffen. Het laatste kruim uit de shagbuil wordt voorzichtig in een beschadigd vloeitje geveegd en een enkeling warmt zichzelf op bij een gloeiende radiator. De vaste kern van de groep is divers, iedereen accepteert elkaar. Jan die altijd in zichzelf zit te lachen. Jopie die regelmatig manisch is. Jos die de dagen telt tot hij uit de schuldsanering kan en Bert die ongezouten zijn mening geeft over zijn bewindvoerder, ook als er niemand luistert. 

Iedereen heeft een krappe portemonaie maar ze helpen elkaar waar ze kunnen. Kleding die te klein geworden is wordt doorgegeven, er worden tips uitgewisseld over wat er in de reclame is en de inhoud van de weggeefkast verandert regelmatig. Er wordt veel gemopperd op de regering, de pakketten van de internetaanbieders worden uitgeplozen en overgebleven medicatie wordt niet teruggebracht naar de apotheek. Je weet immers nooit of iemand anders de betreffende pillen kan gebruiken. Zegeltjes, coupons en koffiepunten worden voor elkaar gespaard en er is een ongeschreven systeem voor wie de krant van die dag mee naar huis mag nemen.

Iedereen is anders hier, maar hun psychische kwetsbaarheid en hun armoede bindt hen. Ze knopen samen de eindjes aan elkaar, delen lief en leed en alles wat ze kunnen missen. Hun kwetsbaarheid is, tegen wil en dank misschien, in elk geval ook hun kracht.