Om een beeld te krijgen van wat hun werk inhoudt, loop ik een dagje mee met het team woonbegeleiding van de GGZ. Na een korte introductie gaan Harm en ik meteen op pad; met de fiets de wijk in, want daar wonen de cliënten. Tot voor een paar jaar woonden de meesten van hen nog op het erf van de instelling. Soms op een afdeling, soms in een studiootje op het terrein, maar sinds de decentralisatie zijn de meesten van hen verhuisd naar een plek in de wijk.

Op de voordeur van de Zeeman hangt een briefje: Winkelmandje verplicht. Zoekend naar het vereiste attribuut, stap ik de drempel over en dan wordt ik vanachter een tafeletalage scherp toegesproken: “U heeft geen mandje. Dan mag u niet naar binnen.”

“En dan sla je het draadje om het haakje van je naald,” ik zit naast Lotte en doe het tegelijkertijd voor, “en dan trek je het haakje met de draad, door het lusje.”
“Dat leer ik nooit, door mijn stemmen kan ik me toch niet concentreren!” zucht ze.
Ik doe de handeling heel langzaam nog een keer voor. En nog een keer, en nog een keer.

Het valt me op dat er steeds meer ernstig psychiatrische patiënten binnen lopen in het buurthuis waar ik begeleider ben van de ‘Inloop’. Ik ken ze nog uit de tijd dat ik voor de kliniek werkte. Zo zag ik vandaag Ellie. Ik weet dat haar leven bol staat van verdriet en trauma’s. Ze lijkt een beetje psychotisch.

Gereformeerd, moslim of atheīst. Het geloof of het ontbreken van een religieuze overtuiging is nogal eens onderwerp van discussie op de afdeling. De interpretatie van de bijbel of de Koran reden voor conflict en wanneer daar ook nog een schizoïde ofparanoïde persoonlijkheid bij komt kijken is het soms lastig laveren op de kliniek. Om over het juiste menu nog maar te zwijgen.

Je zou het misschien niet verwachten, maar de meeste cliënten op de high security afdeling van de TBS kliniek willen eigenlijk maar een ding; gewoon hun tijd uitzitten. Geen gedonder, gewoon rustig het behandeltraject doorlopen, herstellen en rehabiliteren.

Twee dagen in de week neem ik mijn cavia’s mee naar de kliniek. Ik hoop de cliënten daarmee wat afleiding en plezier te brengen. Lotje en Lola zijn op die dagen mijn harige collega’s. Ze zijn erg geliefd maar wanneer ze mee naar de kliniek zijn geweest stinken ze enorm, alsof ze een hele dag in een marinade van sigaretten en koffie hebben gelegen. Dat komt vooral door Riet.