“En dan sla je het draadje om het haakje van je naald,” ik zit naast Lotte en doe het tegelijkertijd voor, “en dan trek je het haakje met de draad, door het lusje.”
“Dat leer ik nooit, door mijn stemmen kan ik me toch niet concentreren!” zucht ze.
Ik doe de handeling heel langzaam nog een keer voor. En nog een keer, en nog een keer.

Het valt me op dat er steeds meer ernstig psychiatrische patiënten binnen lopen in het buurthuis waar ik begeleider ben van de ‘Inloop’. Ik ken ze nog uit de tijd dat ik voor de kliniek werkte. Zo zag ik vandaag Ellie. Ik weet dat haar leven bol staat van verdriet en trauma’s. Ze lijkt een beetje psychotisch.

Gereformeerd, moslim of atheīst. Het geloof of het ontbreken van een religieuze overtuiging is nogal eens onderwerp van discussie op de afdeling. De interpretatie van de bijbel of de Koran reden voor conflict en wanneer daar ook nog een schizoïde ofparanoïde persoonlijkheid bij komt kijken is het soms lastig laveren op de kliniek. Om over het juiste menu nog maar te zwijgen.

Traag, vlakke mimiek en emotioneel leeg. Niet somber, niet angstig, niet boos. Gewoon niets. Leeg. Het hart klopt, de ademhaling doet haar ding en de spierspanning loopt op de automatische piloot. De processen die in haar hersenen zijn verankerd gaan door. Gedachteloos en onbewust.

Je zou het misschien niet verwachten, maar de meeste cliënten op de high security afdeling van de TBS kliniek willen eigenlijk maar een ding; gewoon hun tijd uitzitten. Geen gedonder, gewoon rustig het behandeltraject doorlopen, herstellen en rehabiliteren.

Twee dagen in de week neem ik mijn cavia’s mee naar de kliniek. Ik hoop de cliënten daarmee wat afleiding en plezier te brengen. Lotje en Lola zijn op die dagen mijn harige collega’s. Ze zijn erg geliefd maar wanneer ze mee naar de kliniek zijn geweest stinken ze enorm, alsof ze een hele dag in een marinade van sigaretten en koffie hebben gelegen. Dat komt vooral door Riet.