Recencies

Een greep uit de vele recensies en reacties op mijn boek ‘Goed Gek’

5-1-20 Ik lees nu je boek ‘Goed Gek’… omdat we bezig zijn met de documantaire. Soms moet ik even slikken, soms een lach, wat een mooie verhalen, wat een mooi beroep.
Wat fijn dat ‘jullie’ er zijn!
– Jeroen Langerak, producent, regisseur, filmer en ondernemer

2-1-20 In 1 ruk uitgelezen. Wat een mooie, soms grappige, maar vooral ontroerende inkijk in de dagelijkse leefwereld van professionals en cliënten.
Dank Rian Meulenbroeks!
– Clemens Piena, Wethouder & Loco-Burgemeester gemeente Oosterhout

30-12-19 Jouw boek heeft al mijn verwachtingen overtroffen! Ik heb genoten van de humor, verdriet, blijdschap, creativiteit en echtheid van jou. Je persoonlijke blik en visie geeft duidelijk aan dat hulpverlenen geen zwart-wit is, maar dat je dagelijks het grijze gebied moet opzoeken. Je boek is een aanrader voor alle hulpverleners en misschien moet het verplichte literatuur worden op alle opleidingen, die raakvlakken hebben met de zorg. Ik heb tijdens mijn studie het boek van Andries Baart ‘Een theorie van de presentie’ gelezen en ik kan met zekerheid zeggen dat jij er écht bent voor de ander! Ieder mens mag er zijn in welke hoedanigheid en hoe mooi is het dat je soms ook je onzekerheid uitspreekt naar de ander. Onthulling is wellicht een van de mooiste interventies.
Grote kans dat ik passages of een van je gedichten ga gebruiken voor mijn gastcolleges!
– Christopher Beunis, Regie begeleider en voorzitter OR bij impegno

18-12-19 Mooi boek, Rian. Met veel herkenbare situaties. Ik heb een veel beter beeld gekregen van de manier waarop activiteitenbegeleiders werken. In twee teugen uitgelezen!
Dankjewel en chapeau!
– Marjan Aarts, verpleegkundige

11-12-19 Je boek binnen 2 dagen uitgelezen. Voor mij zijn de situaties en bepaalde fragmenten in je boek heel herkenbaar. Ik vind het allereerst mooi dat je alles vanuit je eigen perspectief beschreven hebt. Het geeft weer wat jij ziet en meemaakt, maar laat daarmee ook zien dat iedere persoon het op een andere manier kan ervaren. De gedetailleerde beschrijvingen van de omgeving en de gedragingen van cliënten maken dat ook ‘buitenstaanders’ een goed beeld kunnen vormen van wat je zoal meemaakt in je werk. Je laat de psychiatrische ziektebeelden, uiteraard in combinatie met eigen persoonlijkheid van de individuen, goed naar voren komen. Je ziet een verhaal, een leven verstopt, achter de psychische klachten die de persoon op dat moment ervaart.
Ik zeg: Goed gedaan! Zelf heb ik vooral moeten lachen om het stukje over de cavia’s. Even een flashback 😉
– Patricia Kromhof, activiteitenbegeleidster GGZ

3-11-19 Wat een (h)eerlijk boek. Als je het leest, lees je zoveel Liefde voor haar vak en haar cliënten. In het boek leer je ze kennen als cliënt van haar, maar als je over ze leest worden het bijna mensen die je zelf kent. Hun onzekerheden, angsten of pijn laten de mens zien, een mens zoals jij en ik. Dat zij dan toevallig in de hulpverlening terecht zijn gekomen doet je maar al te goed beseffen dat de lijn tussen “gek” en “normaal” heel erg dun is. Natuurlijk is het gedrag niet altijd herkenbaar en daardoor soms vermakelijk. Als iemand roept “kijk maar uit dat er geen vliegjes in je mond vliegen” tegen iemand met een kaakklem, laat dat duidelijk zien dat op dat moment “de rem” ontbreekt. De rem die wij er in onze maatschappij erg vaak opzetten en die ons meestal in staat stelt ons “sociaal wenselijk” te gedragen. Wat ik in haar boek ook teruglees, is dat het “verwarde gedrag” altijd wel ergens vandaan komt. Of dat nou verlies, rouw een mislukt huwelijk of een traumatische jeugd(ervaring) is. Hierdoor krijgen de mensen in het boek echt een verhaal en gaat het niet alleen om hun kwetsbaarheden en gedragingen. Zo jammer dat er ook (of misschien juist!) in de GGZ niet voldoende ruimte is voor dat belangrijke praatje van mens tot mens en dat er gewoonweg handen tekort zijn om iedereen te kunnen bedienen op de manier zoals je zou willen.
De heftige momenten, het gevoel van weinig of geen invloed hebben door de dynamiek in een groep, kun je bijna zelf ervaren. Een boek dat me meeneemt naar een plek waar je niet zo 1, 2, 3 terecht komt. Het belang van creatieve therapie komt in een aantal verhalen duidelijk naar voren. Het vertelt of laat ervaren wat met woorden/taal niet altijd kan. Ook leer je Rian een beetje kennen in dit boek. Ik zou haar beschrijven als iemand met engelengeduld, compassie, betrokkenheid, doortastendheid en humor. Aan de buitenkant kun je niets zien…het beeld van de “psychisch kwetsbare mens” klopt lang niet altijd. Misschien kunnen we gewoon stellen dat het beeld van “die mensen” net zo divers is als dat van die van mensen die niet opgenomen zijn in een instelling. Ik heb dit boek met zoveel plezier gelezen. Ik vond het jammer dat het boek veel te snel uit was. Hoe zou het verder gaan met al die mensen? Ik voel me door de verhalen van Rian betrokken en hoop dat ze stapje voor stapje hun pad lopen. Soms een nieuwe afslag proberen te nemen, maar bovenal dat ze zich gehoord en gezien voelen. Want ik zie en hoor hen in ieder geval door middel van dit boek.
Bedankt Rian, dat je me mee hebt genomen en me kennis liet maken met deze mensen. Het ga jullie goed.
– Suzanne Corro, docent passend onderwijs

31-10-19 Miniatuurtjes zijn het, over tientallen mensen en evenzovele facetten van de GGZ. Ze zijn boeiend en met liefde en zorg geschreven door Rian Meulenbroeks, die daarin al 30 jaar werkzaam is.  Over mensen die opgesloten zitten achter deuren of die we gewoon tegen kunnen komen in de buurt of op het spreekuur. Over mensen, die ons misschien afschrikken door hun drukke gedrag of opvallen, juist omdat ze proberen niet op te vallen. Esther Fenema, psychiater, verwoordt het zo in haar voorwoord: …
“Rian zet met haar prachtige boek de deuren open, zodat we kennis kunnen maken met haar patiënten en misschien ook een beetje met onszelf.”
– Saskia de Kroes, arts (in Medisch Contact november 2019)

23-10-19 Sinds dertig jaar werkt de auteur als activiteitenbegeleidster en creatief therapeute in de psychiatrie. De media geven een bepaald beeld van ‘de’ psychiatrische patiënt. Vaak levend aan de rand van de maatschappij en in de forensische sfeer. Omdat zij gemerkt heeft dat de buitenwereld vaak geen voorstelling heeft van de realiteit binnen de GGZ heeft Rian besloten dit boek te schrijven. Zij geeft een groot aantal schetsen van patiënten die zij op haar afdeling is tegengekomen. Met veel liefde beschrijft zij telkens in een paar bladzijden hoe divers de wereld van verwarde en ‘gekke’ mensen is. Soms is zij erg geraakt door de cliënten of ontstaat er een humoristische situatie. Ook aandacht voor soms uitzichtloze en emotionele situaties.
In eigen beheer uitgegeven boek met een verklarende woordenlijst.
– Recensent: M.A.M. Bomhof, arts n.p. MBD Biblion

15-10-19 Al ruim dertig jaar werkt Rian Meulenbroeks als activiteitenbegeleidster, creatief therapeut en groepsbegeleider binnen de GGZ. In 1988 start ze haar eerste dag als stagiaire op de PAAZ en stelt zich voor aan de eerste persoon die ze tegenkomt. Enigszins in verwarring hoort ze het wedergeluid van de man aan. ‘Pas maar op, je wordt in de gaten gehouden,’ zei hij, mijn uitgestoken hand negerend. Onder andere dit voorbeeld is voor Meulenbroeks de drijfveer geweest om dit boek te schrijven en hiermee te trachten de beeldvorming en de stereotype beelden, ideeën en vooroordelen die velen nog steeds hebben bij de psychiatrie te nuanceren. Met veel compassie, empathie en bevlogenheid beschrijft ze aan de hand van korte hoofdstukken, diverse verhalen en ervaringen van de werkvloer en in patiëntencontact. Er wordt gehuild en gescholden, onzekerheden worden geuit en allerlei ziektebeelden komen voorbij, maar vooral wordt er ook gelachen binnen de psychiatrie. Psychiatrische patiënten hebben niet per definitie een laag IQ. Ook zeer intelligente mensen kunnen te maken krijgen met depressies, psychoses, wanen, bipolaire stoornis, hallucinaties, automutilatie, angsten of paniekaanvallen, al dan niet getriggerd door (externe) factoren, zoals bijvoorbeeld een verstoorde thuissituatie/relatie, trauma’s, middelengebruik of domweg genetische aanleg. Zo kan gebeuren dat iemand jarenlang een directeursfunctie bekleedt en jaren later tóch psychisch decompenseert. Sommigen krijgen orders vanuit een ander universum of krijgen te maken met een verstoord zelfbeeld. Anderen zijn zó depressief dat ze tot niets kunnen komen en apathisch voor zich uitkijken, veel huilen of zich steeds negatief uiten. Het hoeft niet, maar het kán. Ook suïcides komen helaas voor. Als begeleider schrik je daarvan, het raakt je diep in je ziel, maar het laat ook een scherpe vore -achter bij de medepatiënten. Op het DAC (Dag Activiteiten Centrum) heeft Meulenbroeks met allerlei ziektebeelden te maken en probeert ze door middel van het aanbieden van een therapeutische activiteit de zinnen te verzetten. Ook het bieden van een luisterend oor behoort tot de taken. Dat het meebewegen, inleven en meevoelen met de patiënt, ook haar als begeleider niet altijd goed lukt en soms zelfs leidt tot wanhoop en machteloosheid, beschrijft ze op een oprechte manier. Toch lukt het haar ook veelal weer om de draad op te pakken, de patiënt naar het hier en nu terug te halen en zodoende het gedrag om te buigen. Door in helder taalgebruik haar ervaringen te beschrijven haalt ze een stukje angel uit het stigma dat de psychiatrie nog altijd niet is kwijtgeraakt. Onbekend maakt immers vaak onbemind. Verhalen schrijven is voor haar altijd al een passie geweest, dus het moest er gewoon eens van komen dat ze haar werkervaringen aan het papier toevertrouwde. Vanzelfsprekend zijn de namen die ze noemt vanwege haar beroepsgeheim gefingeerd en de verhalen niet terug te leiden naar specifieke personen. Haar onvrede met de negatieve geluiden die er nog altijd over de psychiatrie rondwaren, hebben haar doen besluiten om haar verhalen gebundeld uit te geven. Liefde, respect en warmte; ik kan het niet beter omschrijven, want Meulenbroeks toont het allemaal voor de meest kwetsbaren van onze maatschappij. Ze geeft middels dit boek een gezicht aan ‘de gek’.
Chapeau en een diepe buiging!!! Achterin het boek is een bronnenlijst en verklarende woordenlijst opgenomen.
– Marjon Nooij/Truusje Truffel, metdeneusindeboeken.blogspot

17-09-19 Ik lees verhalen voor in mijn les mbo verpleegkunde. Mijn studenten gaan mensen begeleiden, ik wil ze graag naast de mens laten werken.
De voorbeelden uit het boek zetten aan tot discussie en denken. Super!
– Saskia Barendse, docent verpleegkunde

31-8-19 Rian Meulenbroeks werkt in de psychiatrie, een werkomgeving waar veel vooroordelen over bestaan. Zo ook bij Rian, wanneer zij er in 1988 voor het eerst kennis mee maakt tijdens haar stage op de PAAZ. Ze verwacht verwarde, hysterische mensen te treffen, maar de eerste man die ze tegenkomt ontkracht dit stereotype meteen. Het betekent het begin van een loopbaan waarin Rian erachter komt dat die scheidslijn tussen ‘normaal’ en ‘gek’ helemaal niet zo scherp te stellen is. Tijdens haar werk ontmoet ze vele mensen, die haar allemaal op hun eigen manier weten te raken. De gesprekken die ze met hen voert, geeft ze weer in de korte verhalen in haar boek ‘Goed Gek’. Een bloemlezing van psychiatrische patiënten die ‘gewoon’ mensen blijken te zijn. “Een lofzang op de dagelijkse praktijk”, zoals psychiater Esther van Fenema terecht stelt in het door haar geschreven voorwoord. Ik vind het ongelooflijk mooi en ontroerend hoe Rian naar al die mensen kijkt. Nieuwsgierig, open en met oprechte liefde voor haar vak. Eigenschappen die bijna zeldzaam lijken te worden in een gepolariseerde wereld vol ‘wij’ en ‘zij’ en ‘gek’ en ‘normaal’ en ‘gevaarlijk’ en ‘veilig’. Mensen als Rian zijn enorm waardevol in de psychiatrie en ik ben blij dat ze haar verhalen naar buiten brengt, zodat meer mensen hopelijk weer de oprechte schoonheid gaan inzien van het helpen van mensen. Zelfs als die in de ogen van onze maatschappij ‘gek’ zijn, of je als ‘gezonde buitenstaander’ stiekem toch confronteren met verborgen dingen in jezelf. Het is de tijd van het ervaringsverhaal – mensen kruipen massaal in de pen om in boeken of blogs te beschrijven wat zij hebben meegemaakt. Maar het hebben van een interessante ervaring maakt nog niet automatisch een goede schrijver. Rian weet echter perfect hoe ze wat ze meemaakte óók goed op kan schrijven. Ze heeft een prettige, toegankelijke manier van schrijven die erg beeldend is. Ik heb echt het gevoel dat ik mee mag lopen in haar kielzog en over haar schouder mee mag kijken tijdens haar werk.
Rian geeft de wereld van de psychiatrie, die veel te vaak zwart-wit wordt geschetst, haar kleuren weer terug. Dat maakt ‘Goed Gek’ een verademing en een absolute aanrader om te lezen.
– Rivka de Ruiter, dsmmeisjes.nl

29-8-19 Alle gekheid op een stokje ‘En dan op een middag roept Henri mijn naam: “Rian!” Verbaasd kijk ik op, want hij kan alle handelingen zelfstandig uitvoeren en heeft me eigenlijk nooit nodig. Maar nu wel. Henri staat over de versnippermachine gebogen en bukt steeds verder voorover, terwijl hij met zijn handen beide zijden vast klauwt. Zijn stropdas is door de tanden van het versnipperapparaat gegrepen en trekt Henri langzaam maar vastberaden de machine in.’ Opsluiten en platspuiten zou de titel kunnen zijn van Rian Meulenbroeks’ debuut. Het is 1988 als Meulenbroeks carrière begint als stagiaire op de PAAZ, Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis, waar zorg wordt geboden aan psychiatrische patiënten. Uiteindelijk heeft zij 30 jaar als activiteitenbegeleidster, creatief therapeut en groepsbegeleider op diverse afdelingen binnen GGZ-organisaties gewerkt. Omdat er nog steeds te veel stereotype ideeën en oordelen over de mensen in de psychiatrie bestaan heeft zij dit boek geschreven. Op een zeer gevatte manier, en bijzonder integer, schrijft zij over de meest schrijnende gevallen. Marco met een zeer kort lontje, verlaten door zijn vrouw en zoontje, omdat hij onbeheersbaar agressief gedrag vertoonde en bedreigingen uitte. Teun, als kind veel geslagen, hoort stemmen. Barry, verslaafd en psychotisch. Jannie, manisch depressief en suïcidaal. Psychoses, bipolaire stoornissen, angststoornissen, depressies, Korsakov, schizofrenie en alters (dissociatieve identiteitsstoornis), we lezen het allemaal in Goed Gek. Het is lastig uitleggen waar het in de psychiatrie over gaat. De korte verhalen geschreven vanuit het perspectief van de auteur geven een bijzonder goed inkijkje in de wereld van de psychiatrisch patiënt. Wanhoop, schaamte, destructiviteit, je kunt het bijna zelf voelen. De beschrijvingen van de personen en de gênante situaties die ontstaan, je ziet het zo voor je. Het zijn veelal hartverscheurende verhalen, en deze zijn zo goed geschetst dat je de tranen achter je ogen voelt prikken. En dan zijn sommige stukjes weer zo hilarisch dat je dezelfde tranen voelt opkomen, maar dan van het lachen. Dát is de kunst van schrijven die Meulenbroeks verstaat.
In het voorwoord van psychiater van Fenema uit het LUMC lezen we: ‘voor mij een gewone werkdag maar voor mijn patiënten soms een dag die de rest van zijn of haar leven (ver)kleurt.’ De crisis die leven heet.
– Marjan van Druenen, recensent Hebban

28-8-19 Het is een fantastisch boek.
Kon niet stoppen met lezen.
– Cynthia Ruiter

26-8-19 Dag Rian, met veel herkenning jouw boek gelezen. Flitsen van toen en nu. Met een lach en een traan.
Mijn complimenten!
– Liejanne

26-08-19 “Maarten mompelt steeds in zichzelf en Anniek pulkt aan de korstjes op haar polsen.” Deze zin is een voorbeeld van alinea’s die de cliënten, (personages) goed weergeven in dit boek, en over werken in de psychiatrie. Op een respectvolle en toegankelijke wijze geeft de auteur een inkijkje in haar diverse werkzaamheden, waarin ontroering, verbijstering en (gepaste) humor elkaar aangenaam aanvullen.
Daarom is het boek ook uitermate geschikt voor (jonge) mensen die overwegen in de psychiatrie te gaan werken.
Dikke pluim voor de zorgverlener én schrijfster van dit prachtige boek!
– Ria Knijnenburg, auteur ‘Maaike Mij’

25-8-19 Keep up the good work schreef mijn collega Rian Meulenbroeks als opdracht voor mij in haar boek “Goed Gek”. Een boek vol verhalen over mensen die zij ontmoet in haar werk en die ik ook ontmoet in de psychiatrie. Een pleidooi om te luisteren en niet weg te kijken bij leed wat soms te groot is voor 1 mens om te dragen. Een aanmoediging voor mij als ik moe ben van leed, als ik me machteloos voel, als ik ontevreden ben over mijn bijdrage, als ik bang ben voor geweld en agressie.
– Monica Ouwens, psychomotorisch therapeut

25-8-19 “Beschouw jouw boek als het meest actuele, van binnenuit geschreven document over de GGZ. Onder andere, verplichte literatuur voor (startende) psychologen.”
– Paul Betgem, psycholoog geestelijke gezondheidszorg

25-8-19 Jouw boek had ik gekocht voor mijn vakantie, maar ik ben er in begonnen en heb het al uit!!! Heerlijk boek; zo herkenbaar.
Respect gekregen voor je werk.
– John Thielen, dierenarts

25-8-19 Ik ben geen lezer, maar dit boek kon ik niet meer wegleggen.
En hoe je schrijft; het voelde alsof ik er zelf bij was.
– Patricia Reniers, buurvrouw

24-8-19 In één adem uitgelezen.
Wat een prachtboek!
– Marjan van Druenen, recensent 

22-8-19 “En nu kan ik dus niet meer stoppen met lezen. Van een traan naar een lach. Maar zoveel herkenning. Maar ook mijn man (die soms even stiekem leest als ik het even opzij leg) betrapte ik op een traan.
Een fantastisch oprecht beeld van ‘de psychiatrie’.”
– Carla de Bruyn Jansen, teamondersteuner veiligheid en verpleegprocessen. Trainer agressiehantering, trainingsactrice, sr ggz verpleegkundige